Collecte
Hoe eerder de Europese leiders erkennen dat Griekenland op het punt staat om te vallen, hoe minder duur de oplossing zal zijn. Belangrijk vooral is de impasse tussen Griekenland en de particuliere crediteuren over de voorwaarden van een ‘vrijwillige’ kwijtschelding van de schuld. Dat de partijen eruit komen is cruciaal om het ‘omvallen’ van Griekenland te voorkomen. Griekenland moet namelijk op 20 maart 14,4 miljard Euro betalen.
Wat de uitkomst van de onderhandelingen ook is, het zal de problemen met betrekking tot de Griekse schuldenproblematiek niet oplossen. De Europese Centrale bank, het IMF en andere officiële crediteuren nemen niet deel aan de deal, dus het zal alleen van invloed zijn op prive-schuldeisers. Deze groep beleggers heeft ongeveer 200 miljard euro van de in totaal 338 miljard euro netto overheidsschuld van Griekenland in handen. Met andere woorden, zelfs als er 50 procent kwijtgescholden wordt dan nog zal Griekenland zijn schuldenlast ‘slechts’ verminderen met 100 miljard euro, dat is minder dan 30 procent.
Of dat genoeg is? Ik betwijfel het. De solvabiliteit van een land is de optelsom van uitgaven, schuldenlast en rentekosten, rekening houdend met groeisnelheid en fiscaal beleid. In het geval van Griekenland, uitgaande van een overeenkomst van een rente van 4 procent over de resterende 238 miljard euro schuld en rekening houdend met de prognoses van het IMF met betrekking tot de economische groei, zou de Griekse overheid moeten aansturen op een begrotingsoverschot van 3,2 procent van het bruto binnenlands product. En dit alleen maar om haar schuldenlast niet groter te laten worden. Dat wordt een hele klus.
Overschot
Ik ben er niet zeker van dat dit mogelijk is. Griekenland is er in de laatste 25 jaar slechts 6 keer in geslaagd om een overschot op de begroting te produceren. Bovendien was toen de economische groei veel hoger. Om nu te voldoen aan die voorwaarden, moeten de Grieken hun tekorten verminderen met ongeveer 10 miljard euro per jaar. Om een idee te geven, dat is het equivalent van ongeveer twee derde van alle sociale uitgaven in het land. Dat gaat pijn doen en onrust veroorzaken.
Portugal, dat op dit moment niet in aanmerking komt voor schuldverlichting, wacht ook een zware taak. Voor een stabiele schuldenlast zou het een overschot van 2 procent van het BBP moeten hebben, en dat is de afgelopen 16 jaar pas 2 keer gelukt.
De ernstige financiële situatie waarin de twee landen zich bevinden roept natuurlijk vragen op, juist in een tijd waarin de Duitse kanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy proberen een nieuwe fiscale deal te verzinnen voor de 17 eurolanden. Hoe kan deze overeenkomst, die streeft naar echte begrotingsdiscipline, het vertrouwen herstellen terwijl ten minste twee van de ondertekenaars eigenlijk insolvabel zijn vanaf de eerste dag?
Het is mogelijk dat Merkel en haar ideologische vrienden bij de ECB hopen dat ze door landen als Griekenland afhankelijk te houden van Europese steun, ze meer druk kunnen zetten om af te dwingen dat er extreme bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd worden. Het grote probleem is dat zware schuldenlasten het maken van een goede begroting moeilijker maken en dat de maatregelen die getroffen (moeten) worden pijnlijk zullen zijn.
Dat houdt twee risico’s in. In de eerste plaats: sociale onrust. De (communistische) vakbonden in Griekenland hebben veel aanhang en bij het minste of geringste wordt staken een soort nationale hobby. Als dat soort zaken uit de hand lopen is niet te overzien wat er kan gebeuren.
Het tweede risico is dat de Griekse economie kan stilvallen. In dat geval zal er sprake zijn van tragere groei, grotere afhankelijkheid van crediteuren en grotere verliezen voor de Europese belastingbetalers. Om maar niet te spreken van de gevolgen van de aanhoudende onzekerheid voor de financiën van de gezondere landen van de eurozone, de Europese banken en uiteindelijk de ECB zelf. Twijfels over Griekenland kunnen een domino effect veroorzaken en zelfs leiden tot een financiële catastrofe.
Hoe lossen we het op? Wel, iemand zal de rekening op moeten pakken maar we moeten (ja moeten!) er op de een of andere manier voor zorgen dat de schuldenlast van Griekenland en Portugal zo laag wordt dat deze weer dragelijk wordt. Stel dat we de schulden van Griekenland en Portugal met respectievelijk 70 procent en 40 procent verlagen, dan is het zorgen voor een overschot van circa 1 procent van het bbp op zich een realistischer en haalbare zaak. Het blijft lastig, maar de maatregelen zullen minder drastisch hoeven te zijn. Dit kan alleen maar als beleggers in Grieks papier bereid zijn verliezen te nemen, dus institutionele beleggers en hun prive-tegenhangers. Als alle landen in de euro-zone een betere solvabiliteit hebben kan de ECB weer een stap zetten. De banken kunnen dan weer meer vlees op het bot krijgen, zodat de financiële markten minder nerveus worden. Al deze zaken zullen uiteindelijk bepalen of Griekenland in de euro-zone kan blijven, of de euro overleeft en hoe erg de crisis wordt. Hoe eerder er maatregelen komen hoe beter.
Rest de vraag wie het kwijtschelden van de schuld gaat betalen.
In eerste instantie dacht ik aan een collecte onder de trouwe bezoekers van Belegger.nl maar daarmee redden we het net niet.... Iemand een beter idee?
Meer Columns
- 22-05-2012 Verborgen kosten pensioenfonds
- 22-05-2012 Besparen is uit, groei is in
- 21-05-2012 Apocalypse now?
- 21-05-2012 Veel dividend met Blue Chips
- 21-05-2012 Benzineprijs gaat omlaag
Reacties9
Alle Griekse tegoeden in beslag nemen.
Regering vormen vanuit Brussel.
Banken nationaliseren.
Orde op zaken stellen.
Maar makkelijker is het om Europa er voor op te laten draaien.
Waarom destijds landen als Griekenland erbij nemen?
Men wist op dat ogenblik reeds in welke slechte papieren ze zaten.
En nu gaan ze Kroatie er nog bijnemen nog zo een kutland.