Vriendjespolitiek
Zo bruin als in Griekenland bakken wij ze hier waarschijnlijk niet. De pure, Griekse vorm van cliëntelisme zal hier niet of nauwelijks voorkomen, vermoed ik. Maar, brandschoon zijn wij zeker niet, integendeel zelfs. Naar mijn mening is er ook in Nederland sprake van wangedrag, al betitelen we dat hier liever met de term ‘vriendjespolitiek’, zowel in de (semi-)publieke als private sector. Deze is structureel van aard en heeft soms zeer schadelijke sociale en economische uitwerkingen.
Eens in de zoveel tijd kunnen wij ook hier kennis van het nepotisme en de ‘moral hazard’ waar ik op doel. Recente voorbeelden hiervan zijn de in de media breed uitgemeten Bouwfonds-affaire en het Vestia-debacle. In het eerstgenoemde geval was er sprake van fraude. Wat beide gevallen gemeen hebben is het gegeven dat hooggeplaatsten niet direct verantwoordelijk werden gehouden voor hun beslissingen. Met bij Vestia als klap op de vuurpijl toezichthouders die waren benoemd op basis van persoonlijke banden, niet om hun competenties.
Dat laatste is een vorm van vriendjespolitiek die in Nederland wijd en zijd verbreid is. In het bedrijfsleven, maar vooral in de voorheen publieke sectoren. Het is een erfenis uit een zuilenmaatschappij met aangetrouwd poldermodel. Acute behandeling is vereist, omdat de sociale en economische kosten enorm zijn. Zoals gezegd, soms barst er een vulkaan uit (Rochdale, Fortis). Helaas is het alleen bij die erupties dat wij burgers en de direct betrokkenen in volle omvang zien wat de schade is.
Nadelige Effecten
In het merendeel van de gevallen sluimert het kwaad echter onderhuids en zijn de nadelige effecten minder zichtbaar en meetbaar. Ze zijn er echter wel degelijk: beter gekwalificeerden die gepasseerd worden, tanende betrokkenheid bij het werk, minder bereidheid tot inzet, kwaliteitsvermindering, verlies van vertrouwen in overheid en instellingen, nieuwe en alternatieve initiatieven die minder kans maken, enzovoort.
Nu begrijp ik heus wel dat geen enkele instelling vrij is van enige vorm van vriendjespolitiek. Mensen omringen zich nu eenmaal liever met personen die men kent en vertrouwt dan met mensen aan wie ze een hekel hebben of die ze als een bedreiging zien. Dat geldt op ieder niveau. In de schoolklas, woonbuurt of sportclub, evenzo binnen grote private en publieke organisaties. Niet altijd leuk, maar zo zitten wij nu eenmaal in elkaar.
Het is pas echt oppassen geblazen als binnen organisaties persoonlijke relaties zwaarder wegen dan capaciteiten. Dat lijkt een chronisch probleem in Nederland, niet alleen in de financiële sector, maar ook in de overheidsgerelateerde en gefinancierde sectoren in Nederland. Hier zijn op sleutelposities personen benoemd die onvoldoende kundig zijn, waardoor de kwaliteit onder druk staat. Tel daar ook nog eens bij op dat de kans toeneemt dat directieleden onvoldoende ter verantwoording worden geroepen en waar nodig gecorrigeerd.
'Moral hazard' op de loer
Natuurlijk is al het nodige gedaan om misstanden te voorkomen, al zijn de voorstellen van Tabaksblat slechts in afgezwakte vorm ingevoerd. Gunningen zijn ingeruild door openbare aanbestedingen. Er zijn gedragsregels en ethische richtlijnen ingevoerd en compliance afdelingen uit de grond gestampt. Er is zelfs toezicht op toezicht. Maar de ‘moral hazard’ loert zolang niet voldoende gekwalificeerde personen worden aangesteld en mensen het eigenbelang niet ondergeschikt hoeven te maken aan de belangen van de organisatie en zijn belanghebbenden.
Het is wel degelijk mogelijk om het lek verder te dichten en meer onheil voorkomen. Het levert ook nog eens de nodige besparingen op! Denk hierbij bijvoorbeeld aan een stop op politieke en vriendschappelijke benoemingen op sleutelposities. Geen jaarclub- of dispuutsgenoten in de Raad van Commissarissen van multinationals. Geen gemeenteambtenaren in de Provinciale Staten.
En bovenal zouden al die politieke benoemingen en verdelingen van directie- en toezichtposten in de woningbouwsector, bij de zorg- en onderwijsinstellingen, in de cultuursector, bij nutsbedrijven en andere quasi publieke sectoren verboden moeten worden. Dus geen VVD coryfee die toezicht houdt op de VVD-directeur van het COA. Geen PvdA vrienden en echtgenote in de RvC van de almachtige directeur van de sociale woningbouwvereniging Vestia. Toezichthouders dienen deskundig en volstrekt onafhankelijk te zijn en om de zo veel jaar te rouleren, net als de hoofddirectie. Macht corrumpeert: is het niet vroeger, dan meestal wel later.
Meer Columns
- 22-05-2012 Verborgen kosten pensioenfonds
- 22-05-2012 Besparen is uit, groei is in
- 21-05-2012 Apocalypse now?
- 21-05-2012 Veel dividend met Blue Chips
- 21-05-2012 Benzineprijs gaat omlaag
Reacties3
Hoe is hier correctie aan te btengen.
Moet de club van vriendjespolitiek hierover beslissen of zijn er nog ander kanalen?
Oplossen zal de enige manier zijn om dit te regelen.