Word abonnee en neem Beursduivel Premium
Waarderingen blijven structureel hoog

Waarderingen blijven structureel hoog

De S&P 500-index heeft momenteel een koers-winstverhouding van ruim 25x de winst. Dat is historisch gezien erg hoog. Het gemiddelde van de laatste 150 jaar ligt rond de 16x. In de jaren 50, 70 en 80 van de vorige eeuw waren k/w’s van onder de 10 zelfs heel normaal.

Moeten we daarom angst hebben dat de beurs veel te duur is? Dat is het thema van een column van Byrne Hobart, vermogensadviseur, belegger en auteur van het boek The Diff.

Grote schommelingen

Het antwoord is helaas niet zo eenvoudig. Allereerst  zijn k/w's onderhevig aan grote schommelingen en inderdaad kunnen na hoge pieken diepe dalen volgen. De internetluchtbel van eind jaren 90 tot begin deze eeuw was een voorbeeld, net als de fase voorafgaand aan de kredietcrisis. In beide gevallen steeg de k/w tot ver boven de 40.

Maar wanneer is de beurs te duur: is dat bij 20x de winst op pas bij 40x? Hobart wijst op verschillende beursgoeroes die in de jaren 90 zwaar het schip in gingen door veel te vroeg negatief te worden over de beursvooruitzichten.

Tiger

Een van de bekendste voorbeelden is Tiger Management, een hedgefonds dat in de tweede helft van de jaren 90 vol ging voor value-aandelen, onderwijl gokkend tegen groeiaandelen.

Het bleek fataal. In 1998 had het fonds nog een beheerd vermogen van 22 miljard dollar. Twee jaar later moest Tiger de poorten sluiten, omdat de verliezen te groot werden.

Hetzelfde geldt voor het omgekeerde. In 2009 waren de k/w’s laag. Toch waren er maar weinig beleggers die in grote stijl durfden in te stappen. Daarvoor was de situatie te eng met kelderende vastgoedprijzen, een hoge werkloosheid en talloze doemdenkers die luidkeels de ondergang van het financiële systeem voorspelden.

Niet timen

Byrne probeert het timen van de markt daarom zoveel mogelijk na te laten. Hij sluit niet uit dat de beurs nu te duur is, maar dat betekent niet dat verdere koersstijgingen onmogelijk zijn.

Wat wel een interessante vraag is, is of het langetermijngemiddelde van 16x de winst nog wel van deze tijd is. Is het mogelijk dat de beurs nog een keer terugkeert naar de jaren 70 toen de k/w het grootste deel van de tijd onder de 10 lag?

Byrne denkt van niet. Hij heeft daarvoor twee redenen. Ten eerste is de samenstelling van de S&P nu een andere dan in de jaren 70 en 80. Ten tweede is het gedrag van bedrijven en beleggers veranderd.

Samenstelling

Technologiebedrijven waren in 1980 belangrijk. De twee meest waardevolle aandelen van die tijd waren IBM en AT&T. Maar er was nog geen overheersing van Big Tech, zoals dat nu het geval is. De rest van de wereldwijde top 10 van beurszwaargewichten bestond destijds uit 6 oliebedrijven, General Electric en Eastman Kodak.

Dat duidt erop dat beleggers destijds veel meer geconcentreerd zaten in cyclische aandelen met een hoog en betrouwbaar dividend. Dat zijn meestal ook aandelen met een relatief lage k/w.

Veel minder olie 

Het verschil met nu is groot. In de top 10 van 2018 zaten achtereenvolgens Apple, Amazon, Microsoft, Alphabet, Berkshire Hathaway, Facebook, Alibaba, Tencent, JPMorgan Chase en Johnson&Johnson. Dat is dus 7x tech, 1 beleggingsfonds, 1 bank en 1 health care-bedrijf. De oliebedrijven waren in 2018 helemaal verdwenen.

In 2023 zit er wel weer een oliefonds bij (Aramco). Toch hoort er bij een beurs die zo wordt overheerst door Big Tech een andere k/w dan bij een beurs overheerst door energiebedrijven. Per saldo zijn het immers aandelen die qua rendement meer afhankelijk zijn van de koersontwikkeling dan van het dividend.

Wat daar nog bijkomt, is dat bedrijven in de jaren 70-80 grotendeels op de eigen markt gericht waren. Tegenwoordig zijn zeker de Amerikaanse techbedrijven veel internationaler geworden. Ook daarvan zou je kunnen zeggen dat een hogere k/w gerechtvaardigd is. De potentiële groei is immers groter.

Gedrag

Ten tweede is het gedrag van bedrijven en beleggers nu anders dan 40-50 jaar geleden. Oliebedrijven zijn een goed voorbeeld. Vroeger lag de nadruk op dividend en een hoge winstuitkering. Nu wordt een groot deel van de winst gebruikt voor de inkoop van eigen aandelen en het afbetalen van schulden. Er wordt bovendien minder geïnvesteerd, wat per saldo leidt tot een lagere k/w voor de energiebedrijven.

Voor beleggers geldt dat ze internationaler zijn geworden. In de jaren 70-80 bleven beleggers over het algemeen dicht bij huis. Dat gold zelfs voor de instituten.

Er konden daardoor grote verschillen ontstaan in waardering tussen landen en continenten. Tegenwoordig is het minder eenvoudig voor een beurs om "te goedkoop" te worden. Vooral institutionele beleggers zijn immers niet gek. Als die een markt ontdekken die volgens alle maatstaven goedkoop is, dan zullen ze een deel van hun vermogen daarnaartoe verplaatsen.

Kredietcrises

Een nadeel van de globalisering is dat er makkelijker internationale financiële crises kunnen ontstaat. Toch werkt ook dat in het voordeel van de techaandelen en een hogere k/w.

Het grootste slachtoffer van een kredietcrisis zijn immers de banken. Hun koersen en winsten kunnen een klap krijgen, maar door hun beperkte gewicht heeft dat weinig effect op de gemiddelde k/w. Big Tech heeft daarentegen de laatste decennia bewezen zich redelijk goed te houden in fases van lage groei.

De Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. .

Macro & Bedrijfsagenda

  1. 01 maart

    1. China inkoopmanagersindex industrie feb (def)
    2. Aegon jaarcijfers
    3. Corbion jaarcijfers
    4. Heijmans jaarcijfers
    5. IMCD jaarcijfers
    6. NL inkoopmanagersindex industrie feb (def)
    7. EU Inkoopmanagersindex industrie feb (def)
    8. EU inflatie feb (voorlopig)
    9. EU werkloosheid feb
    10. VS inkoopmanagersindex diensten S&P feb (def)
de volitaliteit verwacht indicator betekend: Market moving event/hoge(re) volatiliteit verwacht