Milieu en de Bioindustrie !

5 Posts
[verwijderd]
0
Biotechnologie is een verzamelwoord voor een aantal technieken, waarmee de mens kan ingrijpen in natuurlijke levensprocessen. Door genetisch materiaal (waarin de erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd) van planten en dieren te manipuleren wordt voortplanting van dieren steeds meer mensenwerk. Vooral nu er allerlei nieuwe mogelijkheden, zoals klonen, weefselkweek en genetische manipulatie, ter beschikking komen, lijken de mogelijkheden voor exploitatie van dieren grenzeloos. Kippen zonder veren, zeugen met extra spenen en zelfscherende schapen. Het dier dreigt nog meer een speelbal te worden van de vleesindustrie.

Voortplantingstechnieken
Als een boer vroeger zijn melkkoe wilde laten dekken, dan haalde hij de stier er bij. Die tijd ligt inmiddels ver achter ons. De meeste koeien worden tegenwoordig via kunstmatige inseminatie (KI) bevrucht. Mensen vangen sperma op en brengen het bij de koe in. Eén stier kan zo voor duizenden nakomelingen zorgen. Zo lopen er duizenden nakomelingen rond van 'suny boy', een stier die inmiddels afgemaakt is mede omdat men erachter kwam dat deze stier een erfelijke ziekte had. En niet alleen bij koeien wordt KI toegepast maar bij de meeste dieren in de bio-industrie zoals bij kalkoenen (zie foto), konijnen en varkens. Sinds een aantal jaren bestaat er naast KI ook de zogenaamde embryo-transplantatie (ET). Met ET is het mogelijk van één koe tientallen nakomelingen per jaar te krijgen. Door een hormoonbehandeling zorgt men ervoor dat bij de koe vele rijpe eicellen tegelijkertijd vrijkomen. Vervolgens wordt de koe geïnsemineerd met sperma van een uitverkoren stier. Een week later worden de embryo's uit de koe gespoeld, en bij andere koeien ingeplant. Deze 'draag-koeien' werpen na negen maanden een 'vreemd' kalf. Uiteraard brengt deze methode welzijnsproblemen met zich mee: de hormoonbehandeling zet de stofwisseling van zowel donor- als gastkoe op zijn kop. En er is een grote kans op inwendige beschadigingen van de baarmoeder, op vruchtbaarheids- en geboorteproblemen en op rundermongooltjes. Naast ET ontwikkelt men bovendien nieuwe technieken waarbij de bevruchting van eicellen en het opkweken van de bevruchte cellen tot een transplanteerbaar embryo niet meer in de koe maar in de reageerbuis plaats vinden. Met deze nieuwe technieken kan men per koe zo'n 75 'biotechnologisch geproduceerde' kalveren per jaar winnen, tegenover zo'n 25 kalveren met ET. Deze relatief nieuwe technieken gaan gepaard met grote 'verliezen'. Een groot deel van de dieren komt vaak dood ofwel met afwijkingen ter wereld. Maar onderzoekers willen nog verder gaan. De met ET verkregen embryo's hebben weliswaar allemaal dezelfde vader en moeder, maar groeien toch uit tot enigszins verschillende kalveren.

Klonen
De volgende stap is dan het klonen van een embryo. Klonen is het kopiëren van een embryo in het laboratorium. De bevruchte eicel wordt een aantal malen gedeeld, waardoor diverse identieke 'tweelingen' ontstaan. Alle op die manier geproduceerde embryo's hebben exact dezelfde erfelijke eigenschappen. Met klonen is het in principe mogelijk een oneindig aantal identieke kalveren te maken. Een groot gevaar van klonen is de zogenaamde 'genetische erosie', het afnemen van de erfelijke variatie binnen de veestapel. In de toekomst kan een boer z'n stal vol zetten met identieke koeien. Het is goed denkbaar dat dergelijke dieren extra gevoelig voor een bepaalde ziekte zijn. Maar er kan ook een nieuwe koeie-ziekte de kop op steken, waar de uniforme koeien-bevolking geen weerstand tegen heeft. In 1996 slaagden Schotse wetenschappers er voor het eerst in een schaap (Dolly) te klonen. Dit is echter niet zo'n succes als het lijkt. Dolly had namelijk 276 (embryonale) zusters die allen niet levensvatbaar zijn gebleken. Ook lopen gekloonde dieren een veel grotere kans om ongeneeslijke ziektes te ontwikkelen. Een ander probleem waar onderzoekers op zijn gestuit is dat gekloonde dieren veel sneller verouderen. Waarschijnlijk houden de cellen in hun lichaam de biologisch klok van de moeder aan (Dolly's moeder was zes jaar toen Dolly werd geboren). Ondanks deze problemen hebben diezelfde Schotse wetenschappers in 1999 vijf biggetjes gekloond en blijft men doorgaan met dit soort proeven.

Genetische manipulatie
De meest radicale manier om in te grijpen in dieren is genetische manipulatie. Hierbij wordt in het embryo van een dier een stuk erfelijk materiaal - een gen - van meestal een ander dier ingebracht, waardoor erfelijke eigenschappen van het dier veranderd worden. Zo kan men schapen of koeien zodanig veranderen dat er in de melk bepaalde stoffen geproduceerd worden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de nakomelingen van Nederlands eerste transgene stier Herman, die de stof lactoferrine produceren. Lactoferrine doodt bacteriën en kan dienen als medicijn. Het komt ook voor in menselijke moedermelk, maar die is niet in grote hoeveelheden voor handen. Dat is de reden waarom techneuten van het Leidse bedrijf Pharming het stukje menselijk lactoferrine-gen in een runderembryo plaatsten. In 1990 werd 's werelds eerste transgene kalfje Herman geboren. Aangezien Herman een stiertje was en hij dus zelf geen melk kon geven, moest hij vrouwelijk nageslacht krijgen. Aldus geschiedde: in totaal verwekte Herman 55 nakomelingen. Slechts acht dochters bleken transgeen en dus het lactoferrine-gen te hebben. Drie van hen overleden al voor of tijdens de geboorte en van de niet-transgene kroost (42 dieren!) lieten er eveneens drie het leven. Dit zijn abnormaal hoge sterftecijfers, die de onderzoekers niet kunnen verklaren. Al in een eerder stadium werden rond de proeven met Herman opvallend veel spontane abortussen en doodgeboren kalveren geconstateerd. Inmiddels hebben vier van Herman's transgene nakomelingen kalveren geworpen en de geleverde melk bevatte inderdaad lactoferrine. De experimenten met Herman zijn destijds door de overheid toegestaan omdat ze volgens Pharming medicijnproductie tot doel zouden hebben. En omdat er geen goede alternatieven beschikbaar zouden zijn om lactoferrine te produceren. Dergelijke alternatieven blijken echter wel degelijk te bestaan.

Ondertussen heeft dit bedrijf ook konijnen 'gemaakt' die medicijnen produceren.
Een ander doel van genetische manipulatie is het verbeteren van de opbrengst van een dier. Door bepaalde koeie-genen bij varkens in te bouwen, krijgen de dieren meer spieren en dus meer vlees. In Japan heeft men haarloze varkens gemaakt en in 2002 werd de eerst veerloze kip gefokt; dat vereenvoudigt het verwerken van de dieren in het slachthuis. Een derde toepassing van genetische manipulatie is het 'gezonder' maken van dieren, bijvoorbeeld door het verhogen van de weerstand tegen een bepaalde ziekte. Dat klinkt heel mooi, maar vaak gaat het om ziekten die een gevolg zijn van de ongezonde levensomstandigheden van de dieren in de bio-industrie. Wakker Dier vindt dat gezondheidsproblemen moeten worden aangepakt door de leefomstandigheden te verbeteren, niet door de dieren aan te passen aan de omstandigheden. Bij genetische experimenten kan er veel mis gaan, bijvoorbeeld doordat het ingebrachte gen niet op de goede plaats terechtkomt. Bij de dieren kunnen daardoor allerlei afwijkingen ontstaan. In de Verenigde Staten bleken gemanipuleerde varkens onvruchtbaar, ze leden aan blindheid, maagzweren, gewrichtsontstekingen en vele andere aandoeningen. Vanuit de consumenten komt er steeds meer protest en weerstand tegen genetisch gemanipuleerd voedsel.
[verwijderd]
0
In verschillende landen heeft dat al geleid tot betere wetgeving. Op Europees niveau is afgedwongen dat er op verpakkingen vermeld moet staan of er in het desbetreffende product genetisch gemanipuleerde stoffen zijn verwerkt. Op die manier weet je tenminste wat je eet.

Xeno-transplantatie
Een nieuwe ontwikkeling is xeno-transplantatie. Hierbij worden organen van dieren getransplanteerd naar mensen. De dieren die hier voor gebruikt worden, zijn varkens. Hoewel apen genetisch meer overeenkomsten vertonen met mensen worden deze niet gebruikt omdat ze zich langzaam voortplanten, wat kleine organen hebben en veelal beschermd zijn. Het is nu nog vrijwel onmogelijk om gehele dierorganen succesvol naar de mens te transplanteren. Hiervoor moeten de dieren nog verder genetisch aan de mens worden aangepast. Zou dat niet gebeuren, dan zouden de patiënten de lichaamsvreemde organen onmiddellijk afstoten. Voor dieren betekent xenotransplantatie een lijdensweg. Dieren die om hun organen zijn gefokt, mogen geen afweer hebben tegen ziektes. Daarom zijn hun erfelijke eigenschappen veranderd. Van de geringste ziektekiem worden ze al ziek. Daarom worden de dieren eenzaam opgesloten in een volledig steriele omgeving. Lekker rollen in de modder of wroeten in wat stro is er niet bij. De verveling wordt alleen doorbroken door mensen in witte pakken met mondkapjes voor die testen en proeven met de dieren doen. Er is al een goed alternatief voor Xeno-transplantatie; namelijk het gebruik van menselijke donoren. Veel mensen hebben al toestemming gegeven voor orgaandonatie. Dit helpt daadwerkelijk zieke mensen weer beter te worden. Xenotransplantatie doet dat vaak niet. Xeno-transplantatie is namelijk niet het wondermiddel wat het misschien wel mag lijken. Varkens verschillen genetisch te sterk van de mens om dergelijke transplantatie van organen probleemloos te kunnen laten plaatsvinden. Om afweerreacties te voorkomen moeten mensen met een menselijk donororgaan nu al hun hele leven medicijnen slikken. Heeft men een dierlijk donororgaan dan moeten nog meer medicijnen geslikt worden. En ook al zouden de varkensorganen niet zo'n sterke afweerreactie oproepen, dan blijven er grote problemen bestaan, zoals verschillen in anatomie en functie van de organen en de overdracht van infecties en bacteriën die van nature in het dier voorkomen. Daarom is het volgens Wakker Dier veel beter om juist te investeren in orgaandonatie bij mensen of aan onderzoek en ontwikkeling van weefselkweken, orgaankweken en kunstorganen. Deze ontwikkelingen gaan nu minder snel omdat veel geld besteed wordt aan xeno-transplantatie.

Octrooiering
Op dit moment zijn er nog veel beperkingen om planten en dieren te octrooieren. Bedrijven proberen echter steeds vaker de rechten van dieren of planten met een genetische aanpassing te claimen door hierop octrooi te vragen. Het bedrijf krijgt dan het alleenrecht op het gebruik van het dier of kan dit recht voor veel geld verkopen aan andere bedrijven. Door deze ontwikkelingen wordt een dier steeds meer een ding, wat geclaimd kan worden, zonodig in deeltjes (losse erfelijke eigenschappen).

[verwijderd]
0
Greenpeace standpunt!

Genetische manipulatie is knip- en plakwerk met genen. Genen zijn de dragers van erfelijk materiaal. Het zijn de 'bouwstenen' van elk levend organisme: plant, dier, mens, virus of bacterie. Doel van genetische manipulatie is het overbrengen van een gewenste erfelijke eigenschap. Daartoe wordt een gen uit het ene organisme 'geknipt' en in het andere organisme 'geplakt'.

De samenstelling van een plant of dier verandert ook bij klassieke veredeling. Maar genetische manipulatie mengt de 'bouwstenen' van de ene soort met de andere. Maïs kan een eigenschap krijgen van een vuurvliegje. Deze menging is onnatuurlijk: het doorbreekt soortgrenzen.

De verwachtingen van genetische manipulatie zijn hooggespannen. Maar de gevolgen voor mens en milieu zijn vaak onvoorspelbaar. Toch staan genetisch gemanipuleerde gewassen ruimschoots op het veld. En producten met gemanipuleerde ingrediënten liggen volop in de supermarkt.

Volgens Greenpeace is dit de omgekeerde wereld. Een techniek die zoveel onduidelijkheid oproept, mág niet zomaar terechtkomen in de natuur of op de markt. Er is maar één conclusie: genetisch gemanipuleerde gewassen van het veld en uit de winkelschappen.

Ruud..
[verwijderd]
1
Het probleem van green peace laat zich eenvoudig omschrijven met de wet van de remmende voorsprong; ooit een voorloper op milieuterrein, nu een conservatieve club.
s.lin
0
De 5 fases van medicijnontwikkeling uitgelegd
door pennywatch MAART 6, 2020

Beleggen in biotechaandelen is een populaire bezigheid onder beleggers. Naast de complexiteit en het verhoogde risico, kunnen koerswinsten soms oplopen tot honderden procenten. In dit artikel worden de 5 fases van medicijnontwikkeling uitgelegd. Na het lezen van dit artikel zul je als belegger een beter inzicht hebben in de risico’s en kansen in deze volatiele beursniche.

De farmaceutische sector is enorme industrie, waar honderden miljarden in omgaan. Elke dag is er wel een persbericht te vinden waarbij een bedrijf de resultaten publiceert over een nieuw experimenteel medicijn.

Voor beleggers, maar ook voor patiënten kan het helpen om de fases van medicijnontwikkeling beter te begrijpen. Voor een belegger is een doorbraak in een nieuw medicijn één van de meest populaire koopsignalen.

Fases van medicijnontwikkeling
In de farmaceutische industrie zijn er verschillende complexe processen die doorlopen moeten worden, voordat een medicijn op de markt gebracht kan worden. Eén van de belangrijkste fases is de goedkeuring van de vermarkting van een nieuw medicijn. Dit is de zogeheten vierde fase in het proces van medicijnontwikkeling. In totaal worden er 5 fases doorlopen. Deze worden hieronder uitgelegd.

Fase 1: Klinisch onderzoek
Elk medicijn begint met een ontdekking en ontwikkeling in een laboratorium. Biotech- en farmaceutische bedrijven spenderen miljarden dollars aan onderzoek en ontwikkeling. Hieronder vallen wetenschappelijke studies en de ontwikkeling van medicijnen voor innovatie.

De financiering kan komen uit verschillende hoeken, bijvoorbeeld vanuit de overheid, subsidies en eigen inkomstenstromen. In 2016 was de wereldwijde markt voor de ontdekking van medicijnen 35,2 miljard. Er wordt zelfs verwacht dat deze markt in 2025 gegroeid is naar 71 miljard.

Tijdens deze eerste fase wordt de veiligheid van een geneesmiddel getest op een kleine groep mensen. Dit zijn meestal gezonde mensen die in ruil voor een vergoeding het geneesmiddel in verschillende doseringen toegediend krijgen. Het aantal vrijwilligers varieert tussen de ongeveer 20 en 100 vrijwilligers.

Fase 2: Klinisch onderzoek
Nadat in de eerste experimentele fase veilige doseringen zijn vastgesteld, kan er begonnen worden met de werkzaamheid van het nieuwe geneesmiddel. In deze tweede fase, wordt er onderzocht hoe een geneesmiddel reageert op patiënten met een bepaalde aandoening of ziekte.

In deze fase wordt de optimale dosis onderzocht. Omdat de patiënten leiden aan de aandoening of ziekte waar het medicijn voor bedoelt is, kan de effectiviteit van het medicijn gemeten worden. Door de ene helft van de patiënten het geneesmiddel toe te dienen, en de andere helft een “placebo” kunnen de effecten vergeleken worden onder vergelijkbare omstandigheden.

Een placebo bevat geen werkzame stof. In deze fase is er sprake van een “dubbelblind” onderzoek. Hiermee wordt bedoeld dat de patiënten en onderzoekers beide geen weet hebben wie de placebo krijgt of het medicijn. Het komt ook voor dat een nieuw geneesmiddel wordt gecombineerd met al bestaande medicijnen.

Fase 3: Klinisch onderzoek
In de vorige fase is een optimale dosis vastgesteld. In de derde fase is het tijd om deze dosis te testen op een veel grotere groep patiënten. Dit kan plaatsvinden in verschillende ziekenhuizen of onderzoekscentra. Door het medicijn te testen op een grote groep mensen, kan er een beter inzicht verkregen worden in de voordelen, effectiviteit, maar ook in de bijwerkingen.

Naast dat het middel vergeleken wordt met een placebo, wordt het in deze fase ook getest met al bestaande geneesmiddelen voor dezelfde aandoening of ziekte. Hiermee kan worden aangetoond of het nieuwe medicijn daadwerkelijk een verbetering is ten opzichte van middelen met een vergelijkbare werking.

In deze fase nemen vaak honderden en soms wel duizenden proefpersonen deel.

Fase 4 Registratie van het geneesmiddel
Wanneer het medicijn de eerste drie fases succesvol heeft doorlopen kan er om goedkeuring gevraagd worden. Na goedkeuring kan het medicijn namelijk worden toegelaten op de markt. De bevoegde autoriteiten moeten hier toestemming voor geven. De bekendste autoriteit is de Amerikaanse FDA ( Food and Drug Administration). In Europa is dit de CPMP (Committee for Proprietary Medicinal Products). Het biotech- of farmaceutisch bedrijf dient alle verzamelde onderzoeksinformatie te overhandigen aan deze instanties.

Vervolgens controleren deze autoriteiten of de onderzoeken volgens de strenge regelgeving zijn uitgevoerd. Bovendien wordt gecontroleerd of het medicijn inderdaad de vereiste werking, veiligheid en kwaliteit heeft. Na registratie mag het medicijn worden vermarkt en wordt de lange en kostbare ontwikkelingsfase beloond.

Fase 5 Post-marketing
In de vorige fase is het geneesmiddel voor een bepaalde aandoening of ziekte geregistreerd. Wanneer een arts deze indicatie stelt bij een patiënt, mag het geneesmiddel worden voorgeschreven.

Verder houden de eerder genoemde instanties een oogje in het zeil. Ze monitoren klachten en problemen die gekoppeld kunnen worden aan toediening van het medicijn.

pennywatch.nl/biotech/5-fases-van-med...
5 Posts
Aantal posts per pagina:  20 50 100 | Omhoog ↑

Plaats een reactie

Meedoen aan de discussie?

Word nu gratis lid of log in met uw e-mailadres en wachtwoord.

Direct naar Forum

Detail

Vertraagd 4 jun 2020 17:16
Koers 1,263
Verschil -0,033 (-2,55%)
Hoog 1,289
Laag 1,257
Volume 10.472.426
Volume gemiddeld 17.288.260
Volume gisteren 10.127.823

Brussel real time stocks quotedata by Euronext. Other real time EU stocks, by Cboe Europe Ltd.; US stocks by NYSE & Cboe BZX Exchange, 15 min. delayed
#/^ Index indications calculated real time, zie disclaimer, streaming powered by: VWD Group